We zouden een tocht van 9 mijlen maken helemaal tot aan het midden van de Haleakala krater, daar in een primitief hutje overnachten, en de volgende dag weer dezelfde route naar boven klimmen. Ik kocht een paar goedkope trekschoenen met ijzeren neuzen in de Supermarkt, we namen wat proviand en flessen water mee, en we waren klaar voor onze tocht.
Auteur: J. Weers-Verweij
Tijdens de afdaling begon ik na een mijl of 5 over de grillige lavarotsen te hebben geklauterd, te merken dat afdalen inhoudt dat je steeds weer met je tenen tegen de neus van je schoenen drukt. Na een mijl of 6 voelden mijn beide voeten aan als één grote blaar. En we hadden geen verbanddoos meegenomen! Maar het uitzicht was prachtig, we genoten van de zon, de regen en de prachtige “Silverzwaard” bloemen, die nergens anders op de wereld voorkomen. We kwamen die dag geen andere trekkers of bergbeklimmers tegen.
Dus besloot ik op mijn bloederige voeten ernaartoe te waggelen, om ze te vragen of ze eventueel wat pleisters voor mij hadden. De slimme kampeerlieden bleken een complete EHBO doos bij zich te hebben! De volgende ochtend ben ik met 10 ingezwachtelde tenen de 9 mijlen terug naar boven geklauterd. De zon begon halverwege de tocht fel te schijnen, en ons water was bijna op. Ook niet echt handig. Maar we hielden vol en een uur of 6 later kwamen we dorstig maar levend weer bovenaan de krater.
Mijn grootste uitdaging bleek het bergklimmen met een blaar op iedere teen en een lege waterfles. Maar tevens een hele goede leermeester. Het devies: nooit meer zonder verbanddoos (en heel veel extra water) aan een langere trektocht beginnen!Deze reportage is een van de inzendingen voor de Patagonia - schrijfwedstrijd


