Als je tijdens je vakantie wil gaan mountainbiken of gravelbiken, heb je al snel de keuze uit heel wat routes. Maar, wat krijg je nou eigenlijk voor je kiezen? Sommige offroad-trails zijn brede banen van gelijkmatig gravel, andere trails zijn eerder rotsige geitenpaadjes. De Singletrail Skala (vertaald: singletrail-schaal) geeft een indicatie van de moeilijkheidsgraad van je offroad-route.
Gravelbiken en mountainbiken zijn technische sporten. Je moet goed met je fiets om kunnen gaan om zonder problemen over de trails te rijden. Maar hoe goed je met je fiets om moet kunnen gaan, dat verschilt per trail.
In Nederland kennen we sinds een aantal jaar de kleurcode van de NTFU waarmee de moeilijkheidsgraad van mountainbikeroutes wordt aangegeven. Dit systeem is gebaseerd op de richtlijnen van de Internationale mountainbikeorganisatie IMBA en werkt op dezelfde manier als op skipistes. In veel bikeparks worden soortgelijke systemen aangehouden. Ze zijn eenvoudig te begrijpen en geven in grote lijnen goed aan wat je te wachten staat. Een nadeel is echter dat de waardering van routes in dat systeem niet universeel is. Je kan ervan uitgaan dat twee blauwe routes binnen één bikepark hetzelfde niveau vereisen, maar een blauwe route in Nederland is niet net zo moeilijk (of makkelijk) als een blauwe route in Oostenrijk.
Internationaal wordt daarom ook vaak de Singletrail Skala (STS) gehanteerd. Die schaal, ontwikkeld door de Duitse mountainbikers en gravelbikers Carsten Schymik, David Werner en Harald Philipp, gaat juist uit van vaste waarden om een universele schaal te ontwikkelen die overal hetzelfde gebruikt wordt. Of anders gezegd: voor een S1-route in Nederland is net zo moeilijk als een S1-route in Oostenrijk.
Hoe werkt de STS-schaal?
De schaal is verdeeld in zes niveaus, van S0 tot S5. Echter, de ontwikkelaars hebben aangegeven dat de schaal indien nodig meer niveaus kan krijgen. Hieronder geven we kort aan wat de verschillende niveaus inhouden.
S0 - zeer gemakkelijk
Dit zijn eigenlijk onverharde fietspaden. Je hoeft geen hele speciale techniek te beheersen om over deze paden te rijden. De grip is vrijwel altijd goed en je hebt geen scherpe bochten. De beperkte hoogtemeters leveren geen steile beklimmingen of afdalingen. Je kan hier met een gravelbike uit de voeten.
S1 – gemakkelijk
Technische skills komen van pas. Bochten worden wat scherper en het pad kan smal worden. Geconcentreerd en gedoseerd remmen wordt belangrijk. Onderweg kom je kleine obstakels zoals boomwortels of stenen waar je nog overheen kan rijden. Daarbij is het al verstandig om even uit het zadel te komen. Hellingen kunnen wel flink steil worden. Met een gravelbike kom je hier nog overheen, maar dat vergt wel wat meer oefening.
S2 - gemiddeld:
Je gravelbike kun je beter thuislaten. Je komt flinke wortels en stenen blokkeren tegen, waarbij een geveerde voorvork al erg fijn is. Ook de ondergrond kan al los zijn, waardoor mountainbikebanden beter zijn. Verwacht naast wortels en stenen ook traptreden en hier en daar een sprongetje. Scherpe bochten en steile hellingen vereisen dat je hele lichaam en fiets gebruikt. Daar komt technische beheersing én uithoudingsvermogen bij kijken.
S3 - zwaar
Uitdagende routes over paden met grote stenen (blokken), wortels en losse ondergrond met vaak steenslag. Naast blokken kun je ook hoge traptreden tegenkomen, net zoals scherpe haarspeldbochten op steile hellingen. Op sommige van die hellingen zul je ook af moeten stappen. Kortom: hier heb je behoorlijk wat techniek, conditie en ervaring voor nodig.
S4 - zeer zwaar:
Alleen echte specialisten komen hier nog, deze routes zijn voor veel ervaren mountainbikers al zeer uitdagend. De routes voeren door terrein met veel rotsblokken, grote wortels en extreem steile hellingen. De kans is groot dat je voorste kettingblad de grond raakt op sommige stukken. Afstappen en lopen is op sommige stukken onvermijdelijk, maar zelfs dat is al lastig.
S5 - extreem zwaar
Dit soort routes vergen het uiterste van mens en materiaal en zijn voor slechts enkelen weggelegd. Je rijdt over losliggend puin en andere ondergrond die nauwelijks begaanbaar is. Grote obstakels zoals extreem smalle haarspeldbochten, omgevallen bomen, hoge treden en extreem steile hellingen staan allemaal op het programma.
Waar moet je rekening mee houden bij de STS-schaal?
Als je wil weten of een route een moeilijkheidsgraad heeft die bij jouw niveau past, moet je rekening houden met een paar belangrijke zaken. Zo zijn de moeilijkheidsgraden gebaseerd op ideale omstandigheden. Droog weer, goed zicht en een lichtinval waardoor obstakels goed te zien zijn. Dat betekent natuurlijk wel dat de moeilijkheidsgraad kan veranderen als de weersomstandigheden anders zijn. Regenachtige omstandigheden zijn daarbij natuurlijk een voor de hand liggende oorzaak, maar hou ook rekening met bijvoorbeeld een laagstaande zon en tegenlicht, waardoor je zaken zoals boomwortels of uitstekende stenen minder goed ziet.
Meer weten over de moeilijkheidsgraden?
- Hier lees je meer over de kleurcodes van IMBA
Hier lees je meer over de Singletrail-Skala


