Er zijn wandelingen die je onthoudt, en er zijn wandelingen die je nooit meer loslaten. De Besseggen-graat in nationaal park Jotunheimen valt onvermijdelijk in de tweede categorie. Ergens halverwege de tocht sta je op een smalle richel van misschien twintig meter breed, met aan je linkerhand het diepblauwe Bessvatnet en honderden meters lager, aan je rechterhand, het smaragdgroene Gjende. Twee meren, één bergkam, vierhonderd meter hoogteverschil ertussen. Het is het beeld dat op talloze foto's prijkt en het is precies waarom jaarlijks tienduizenden wandelaars de klim maken!
Jotunheimen betekent letterlijk 'het huis van de reuzen', en dat is geen loze naam. In dit park liggen de twee hoogste bergen van Noorwegen, de Galdhøpiggen (2.469 meter) en de Glittertind, samen met een indrukwekkende rij tweeduizenders. Maar het is uitgerekend de Besseggen die het meest tot de verbeelding spreekt. Volgens Visit Jotunheimen is dit een van de populairste én spectaculairste wandelingen van heel Noorwegen, juist vanwege dat contrast tussen de twee meren.
De route in het kort
De klassieke variant begint met een boottocht. Vanaf Gjendesheim vaar je in ongeveer twintig minuten met de Gjende-veerboot naar Memurubu, om vandaar terug te wandelen over de graat naar je startpunt. Dat scheelt de stress van een terugboot halen aan het einde van een lange dag. De tocht is zo'n 14 kilometer lang, met ruim 1.000 tot 1.200 hoogtemeters stijgen en dalen. Reken op vijf tot negen uur, pauzes meegerekend.
Vanaf Memurubu, op circa 1.000 meter, klim je in de eerste kilometers meteen stevig omhoog naar zo'n 1.500 meter. Flink zweten, maar de uitzichten op het Gjende-meer en de besneeuwde pieken van Jotunheimen verzachten de inspanning. Daarna wordt het terrein golvender, tot je bij 'Bandet' komt: die smalle strook tussen de twee meren. Vanaf hier begint de echte Besseggen. Over een steil stuk van ongeveer 1.500 tot 1.600 meter heb je af en toe je handen nodig om omhoog te klauteren. Technisch is het niet extreem, maar het is stevig, blootgesteld en niet geschikt voor wie last heeft van hoogtevrees. Het hoogste punt bereik je op de Veslfjellet, gemarkeerd door een enorme steenhoop op 1.743 meter.
Waarom je uitrusting hier echt telt
De Besseggen is geen wandeling die je op sneakers doet. Het terrein bestaat uit losse steen, rotsige klauterpassages, steile afdalingen en, zeker in het vroege seizoen, sneeuwvelden die je moet oversteken. Juist op dit soort ondergrond merk je hoezeer stevig schoeisel het verschil maakt. De afdaling naar Gjendesheim behoort tot het steilste deel van de tocht, en het zijn precies die lange, technische afdalingen die je enkels en knieën zwaar belasten.
Voor vrouwelijke wandelaars is het bovendien de moeite waard om te kiezen voor schoenen die zijn ontworpen op de vrouwelijke leest. Een smallere hiel, een aangepaste pasvorm en de juiste ondersteuning voorkomen niet alleen blaren, maar geven ook de enkelsteun die je op een graat als deze echt nodig hebt. Een paar goede hoge wandelschoenen voor dames biedt die grip en stabiliteit waar het lastige terrein van de Besseggen om vraagt, en maakt het verschil tussen genieten van het uitzicht en angstvallig naar je voeten staren.
Praktische tips
Het seizoen loopt grofweg van half juni tot half september; buiten die periode is de veerboot niet in bedrijf en ligt er te veel sneeuw. Kies bij voorkeur een dag met helder weer. De Besseggen is bij zon een fenomenale ervaring, maar bij regen, mist of harde wind wordt de graat glad, onoverzichtelijk en ronduit gevaarlijk. Boek je boottickets en overnachting ruim van tevoren, want in juli en augustus zijn Gjendesheim en Memurubu snel volgeboekt.
Neem voldoende water en eten mee, kleed je in laagjes en houd er rekening mee dat het weer in het hooggebergte snel kan omslaan. En misschien wel het belangrijkste advies: haast je niet. De Besseggen is geen afvinklijstje, maar een van die zeldzame tochten waar je onderweg af en toe stil wilt staan, gewoon om het te laten bezinken. Die twee meren, dat contrast, die reuzen om je heen. Daar kom je voor!